Het is 3u ´s nachts en mijn wacht begint. We varen van het vaste land van Spanje naar Ibiza. Feesteiland Ibiza, wij zijn alles behalve in een feeststemming. Met een warrig hoofd klim ik naar buiten, gelukkig heeft Erik al koffie voor me gezet. Hij geeft me een knuffel. Als ik buiten kom is het pikdonker, aan bakboord zie ik nog een laatste stuk van het vaste land verdwijnen maar aan stuurboord zie ik niks. De halve maan die wat licht in het duister zou moeten brengen is alweer onder. Het verschil tussen de zee en de lucht is niet meer te zien, griezelig! Ik moet voor het eerst volledig op de kaartplotter vertrouwen. Gelukkig komt na een uurtje varen een felle ster op, recht voor me. ¨Hij geeft zoveel licht, dat moet haast wel een planeet zijn¨ denk ik bij mezelf. Ik pak de sterrenkaart erbij en zie dat het Venus moet zijn, met links boven de Plejaden. Als ik goed kijk zie ik inderdaad de kleine groep open sterren van de Plejaden. Door het schijnsel van de planeet op het water kan ik eindelijk weer de zee van de lucht onderscheiden, fijn! Dan lees ik in mijn sterrengids dat zowel Venus als de Plejaden vannacht in het sterrenbeeld stier staan. Wat een bijzonder toeval, stier is het sterrenbeeld van onze vriend Paul, dat weet ik omdat hij vlak na mij jarig was en ik ben de laatste ram. ¨Paul is dood¨ klinkt het in mijn hoofd, en weer stromen de tranen over mijn wangen. 44 nog maar, twee dochters, waarvan de jongste net zo oud als Tess, en de liefde van z´n leven Ilse blijven achter.
Ik denk aan ons vertrek uit Sevilla en de geweldige tijd die we daar hadden. In de laatste maand daar huurden we een auto en vertrokken voor een paar dagen naar de Sierra Nevada. We hadden een heerlijke vakantie in een casa rural. We bezochten een heksendorp, wandelden naar een prachtige rode (ijzer) waterval. Luierde lekker in onze schommelstoelen op de veranda terwijl de meiden speelden in het gras met kindjes van het Spaanse gezin naast ons. Ik kreeg bezoek van een masseuse en daarna mochten we met z´n 4e in het bubbelbad met uitzicht op de bergen. En we hadden wederom geluk, want er lag nog sneeuw en dus huurden we voor iedereen snowboards en helmen, reden naar boven en hadden voor de tweede keer dit seizoen, twee dagen lol in de sneeuw. Zelfs Tessy deed voor het eerst ervaring op met snowboarden op een heel klein boardje, zo schattig!




Eenmaal terug in Sevilla kwam het afscheid dichterbij. En dat afscheid viel veel zwaarder dan verwacht. Ongemerkt hadden we in die paar maanden een heel leven opgebouwd, iets wat we misschien vooraf niet zo verwacht hadden, of niet over nagedacht. De meiden hadden allebei vriendjes en vriendinnetjes gemaakt op school. En wij zelf hadden ook al snel leuke contacten en beginnende vriendschappen met een aantal van hun ouders. Laatste playdates volgden, afscheid op school, afscheid op zwemles, tranen tranen tranen. De juffen, voor wie het ook moeilijk was, kwamen zelfs nog een keer gezellig langs op de boot. Een laatste tocht op onze fiets met kinderzitjes om afscheid te nemen van onze favoriete plekken in de stad. Wat hebben we ons hier thuis gevoeld! Als klap op de vuurpijl bleek er op het nippertje toch nog een plekje in de haven te zijn voor ons bootje tijdens de Feria. De Feria is HET feest van Sevilla. Heel Sevilla leeft er al maanden naartoe. Het festival terrein bleek naast de haven te liggen en in februari begon men al met het opbouwen. Ruim 3 maanden fietsten we er elke ochtend langs op weg naar school en zagen we het steeds mooier worden. Kleurige Casitas verrezen uit het niks, en daarna de enorme fantasierijke toegangspoort. Met het steeds mooier wordende festival terrein groeide ook ons verlangen om er toch heen te gaan. Want heb je Sevilla echt gekend als je niet op de Feria bent geweest? Hoe dichter we bij de datum kwamen, hoe meer alles om ons heen in het teken stond van Feria. De vitrines in de winkels hingen vol prachtige jurken. Overal werd de Sevillanas geoefend en ook Yolien en ik pikten een lesje mee. Feria werd langzaamaan het gesprek van de dag en als we vertelden dat we in mei weggingen werd er steeds vaker gevraagd ¨Maar je blijft toch nog wel voor de Feria?¨ Helaas bleek er toen bij navraag geen plek voor ons tijdens de Feria, de haven was al maanden van tevoren uitverkocht natuurlijk. Maar tijdens ons verblijf leerden we onze leuke overburen kennen, een gezin met drie kinderen waarvan de jongste regelmatig met die van ons speelden. Hun boot moest voor onderhoud naar de werf, de datum was nog niet bekend maar als die samen zou vallen met die van de Feria dan zou er wel een plekje voor ons zijn. En we hadden geluk, hun boot moest precies in die tijd naar de werf! Snel moesten er jurken, haarbloemen en mantoncila´s (omslagdoeken) geregeld worden. En voor Erik een mooie wit overhemd. De prijs van een Feria jurk ligt tussen de 500-1000 euro, en voor de meiden zag ik ook niks onder de 200. Gelukkig boden de tweedehands winkel en wat moeders van school uitkomst. Helemaal in stijl verschenen we de volgende dag op het festival terrein. En wat een ervaring! Alsof je in een filmset rondloopt. Iedereen ziet er prachtig uit, vooral de flanerende dames in hun schitterende jurken, maar ook de heren deden niet onder. Overal rijden mooi versierde paardenkoetsen. Er wordt gedanst, Sevillanas natuurlijk, op straat en in de casitas. Gegeten en manzanilla gedronken (sherry met citroen frisdrank). Een groep oudere dames adopteerden ons aan hun tafel en we keken met bewondering naar een pittige oude tante met vingervlugge castagnetten. De meiden aten hun eerste mierzoete suikerspin en na een laatste rondje over het festival terrein bliezen we uitgeteld de aftocht. De Feria was zeker de kers op de taart die Sevilla heet. De volgende ochtend vroeg vertrokken we richting open zee. Sevilla zal altijd een plekje in ons hart blijven houden, hopelijk komen we er nog eens terug.




In twee dagen daalden we de Guadalquivir af naar zee. We beleefden nog een spannend moment toen we ´s ochtends wakker werden en de stroming ons op een ondiep stuk had geparkeerd. We zaten vast in de blubber. In ons geval is dat niet zo erg, want we hadden de kiel en het roer opgetrokken en dan kunnen we gewoon droogvallen, zelfs onbedoeld. We hoefden alleen maar even te wachten op de vloedstroom. Maar toen kwam er een enorm vrachtschip langs en door de zuiging van het schip in de smalle rivier werd al het water onder ons weg getrokken. Een bizarre ervaring. Onze boot kantelde een behoorlijk eind op z´n zij. Dat was griezelig, ook omdat het zo snel ging en zo onverwacht. Vervolgens kwam het water terug en schoten we wel los uit de modder.
We besloten even pas op de plaats te maken en een paar dagen te ankeren naast NP Doñana. Het afscheid was ons niet in de koude kleren gaan zitten, en daarnaast had ik een virusje opgelopen en wilde eerst goed herstellen voor we weer de zee op gingen. Het werden een paar heerlijke rustige dagen. Vanaf ons bootje zagen we vosjes en zwijnen langs de oevers van het NP scharrelen. Vervolgens voeren we verder naar Cadiz.




In Cádiz kregen we bericht van onze vriend Paul. Paul was al langere tijd ziek, vlak voor ons vertrek kreeg hij de diagnose darmkanker. Iets waar we erg van schrokken. Maar er was hoop. Chemotherapie volgde en een tijd lang leek het beter te gaan. Dit voorjaar nam hij zelfs nog een nieuw album op. En omdat hij zo jong was hadden we gedacht dat het zo´n vaart niet zou lopen. Tot dat bericht in Cádiz. De tumor bleek in korte tijd enorm gegroeid en de chemotherapie sloeg niet goed aan. Paul was uitbehandeld, twee tot zes weken schatte de doctoren zijn leven nog in.
Geschokt en verdrietig voeren we verder. ¨Dit kan toch niet? Dit mag toch niet? hij is nog zo jong en vader van twee kleintjes, wat oneerlijk!¨ En nu kwamen we ook nog door de orka hotspots, blegh! Het gebied met de meeste orka aanvallen. De aankomende tochten stonden in het teken van de orka app in de gaten houden en goed plannen. Waar zijn ze nu? Waar zouden ze morgen kunnen zijn en waar niet? Natuurlijk bleven we binnen de 20 meter diepte lijn. De lijn langs de kust waar ze niet of bijna niet komen. Maar aangezien een aantal vissers lak heeft aan de problemen van zeezwervend volk, plaatsen sommige hun netten zo ver in zee dat we ons onmogelijk aan die grens kunnen houden. En zo moesten we er soms toch omheen, buiten de veilige wateren om. Spannende uurtjes waren dit waarop we allebei in opperste concentratie het water in de gaten hielden. Een zwarte vissersboei, een golf die leek op een vin, onschuldige dingen zorgde al snel voor een scare. Maar het ging goed, en zonder kleerscheuren kwamen we aan bij de straat van Gibraltar en even later Gibraltar zelf.



Gibraltar bleek een plek die ons verraste. Het was een aangenaam Engels tussendoortje in ons toch al 6 maanden durende verblijf in Spanje. We haalden het beste uit ons korte verblijf. We genoten van een vega English breakfast, gingen natuurlijk de rots op waar we veel schattige aapjes en in dit seizoen babyaapjes zagen en een mooie grot bezochten met een voor Yolien net iets te spannende licht en geluidsshow. En ook een echte high tea op een zonnig terras kon natuurlijk niet ontbreken. De glunderende gezichtjes van de meiden bij het zien van zoveel lekkers bij elkaar zal ik niet snel vergeten.







Na Gibraltar kwam Estepona. Onderweg werden we verwelkomd door hele groepen dolfijnen die met ons meezwommen en zelfs een enorme traag voorbij zwemmende potvis! In Estepona hadden we afgesproken met mijn zusje en haar kids. Onze eerste haven aan de middellandse zee was heel anders dan we gewend waren. We maakten kennis met de eerste, wat wij gekscherend ¨partyboten¨noemen. Catamarans die, op klaarlichte dag, rondvoeren met keiharde muziek en dansende groepen jongens en meiden. Ook volop waterscooters overal. Dat we in het middellandse zeegebied aangekomen waren merkten we meteen ook aan de havenprijzen, betaalden we in het laagseizoen aan de Atlantische kust hoogstens 30 euro, nu mochten en mogen we blij zijn iets te vinden onder de 100. In Estepona genoten we erg van het gezelschap van mijn zusje, neefje Kyan en nichtje Juna. Het was heerlijk om eens wat langer samen te zijn en de kinderen hadden tijd om een band met elkaar op te bouwen en waren al snel helemaal dik met elkaar. We spendeerden een heerlijke luie dag op het strand met ijsjes toe. Bezochten het schattige oude centrum vol witte huisje met bloembakken. Gingen los in de speeltuin en zochten zonder succes naar dolfijnen tijdens een middagtochtje op eigen boot.




Na Estepona voeren we in één lange nacht naar een baai bij NP Maro-Cerro Gordo. Het bleek een waar pareltje te zijn. De baai was schitterend met turquoise water, zo helder dat je op meters diep de bodem nog kon zien. We diepten voor het eerst onze snorkelsets op uit de bakskist en lieten ons betoveren door de prachtige onderwaterwereld waar de baai om bekend staat. Vissen in alle kleuren kwamen voorbij, wat een genot om je zo even onder te dompelen in een compleet andere wereld! De volgende ochtend gingen we vroeg op pad met onze opblaaskano´s voor een tochtje van een mijl of 2 naar een aantal zeegrotten. De grotten waren in de binnenkant bekleed met felrode zeeanemonen en prachtig zeldzaam, bijna fluorescerend oranje koraal, spectaculair!





We zeilden verder omhoog, baaitje hoppend naar Almeria. Daar bezocht ik in mijn eentje het gitaarmuseum en vervolgens stuitten we op een hittegolf. Dagenlang was het 38 graden. En helaas kregen de meiden allebei een heftige buikgriep. Ze gooiden alles er uit en in combinatie met de hitte was het een strijd om er voor te zorgen dat ze niet uitdroogden. Na een paar dagen probeerden we toch maar eens kinder ORS met bosbessensmaak. Ze vonden het helemaal niks, maar waar we bij Yolien nog konden uitleggen dat het belangrijk was het toch te drinken, lukte dat bij Tess helemaal niet. Gelukkig knapte Tess toch uit zichzelf op en zakte ook de hittegolf weer weg. Eindelijk konden we weg uit de saaie haven en verder naar Mar Menor.
In Mar Menor liepen we zeilvriend Luca weer tegen het lijf, die in A Coruña onze motor gerepareerd heeft. We zwommen er in het meer tussen honderden spiegelei kwallen. Een hele ervaring op zich. De kwallen waren prachtig om te zien, roze met paarse stippen, ze steken niet maar het is wel even wennen om steeds die slijmerige beestjes langs je lijf te voelen zwemmen hihi. Aan de ander kant van de boulevard waar we voor geankerd lagen kon je een dip nemen in een oude zoutpan met modderbad. Dat moest uiteraard uitgeprobeerd worden door Erik en mij. De kinderen waren er tot mijn verbazing niet voor te porren maar vonden het wel heel leuk om papa en mama als moddermonsters te zien. In de zoutpan liepen ook een heleboel wilde flamingo’s rond die vlakbij kwamen tot grote vreugde van onze jongste.



Ondanks dat we een hoop leuke dingen gezien en gedaan hebben de laatste weken, was er toch altijd die onderstroom van zorgen en verdriet. Paul was nooit ver uit onze gedachten. Elke avond staken we een kaarsje voor hem aan. Vandaag zouden we eigenlijk doorvaren naar Benidorm, daar even rusten en dan de oversteek maken. Maar de meiden waren chagrijnig en het was heel erg warm waarop we besloten een ankerplek eerder te nemen. Een goede keus achteraf want het anker lag net toen we dat nare telefoontje kregen. Het slechte nieuws kwam nu in ieder geval niet binnen terwijl we aan het varen waren. ¨Moeten we niet een nachtje wachten met oversteken naar Ibiza?¨ vroegen we elkaar. Maar nee, misschien juist niet, want eigenlijk is dit wel fijn. Tijdens de nightshifts hebben we allebei even tijd voor onszelf, zonder de kinderen. Tijd om even alleen te zijn met ons verdriet. Om alles even te laten gaan.
Sadness
It’s 3 a.m. and my watch begins. We’re sailing from the Spanish mainland to Ibiza. Party island Ibiza, we’re anything but in a party mood. With a hazy head, I climb outside; luckily Erik has already made me a coffee. He gives me a hug. When I step outside, it’s pitch black. To port, I see the last bit of mainland disappearing, but to starboard, I see nothing. The crescent moon that should have brought some light into the darkness has already set. The difference between the sea and the sky is no longer visible—scary! For the first time, I have to rely entirely on the chartplotter. Luckily, after an hour of sailing, a bright star rises right in front of me. “It’s so bright, it must be a planet,” I think to myself. I grab the star chart and see that it must be Venus, with the Pleiades above to the left. If I look closely, I can indeed see the small group of open stars of the Pleiades. Through the planet’s glow on the water, I can finally distinguish the sea from the sky again—wonderful! Then I read in my star guide that both Venus and the Pleiades are in the constellation Taurus tonight. What a strange coincidence! Taurus is our friend Paul’s constellation, I know this because his birthday was right after mine, and I’m the last Aries. “Paul is dead,” I hear a voice in my head saying, and tears stream down my cheeks again. Only 44, two daughters, the youngest the same age as Tess, and the love of his life, Ilse, are left behind.
I think of our departure from Seville and the wonderful time we had there. In our last month there, we rented a car and left for a few days to the Sierra Nevada. We had a wonderful holiday in a casa rural. We visited a witches’ village and hiked to a beautiful red (iron) waterfall. We relaxed in our rocking chairs on the veranda while the girls played in the grass with the children of the Spanish family next door. I had a visit from a masseuse, and then the four of us were allowed to enjoy the hot tub with a view of the mountains. And we were lucky again, because there was still snow, so we rented snowboards and helmets for everyone, rode up the mountains, and for the second time this season, had two days of fun in the snow. Even Tessy got her first experience snowboarding on the tiniest rental board—so cute!




Once back in Seville, the goodbyes drew closer. And saying goodbye was much harder than expected. Without realizing it, we had built a whole life in those few months, something we perhaps hadn’t anticipated or thought about beforehand. The girls had both made friends at school. And we quickly made some great connections and budding friendships with some of their parents. Last playdates followed, goodbyes at school, goodbyes at swimming lessons—tears, tears, tears. The teachers, for whom it was also difficult, even came by for a pleasant visit on the boat. A final ride on our bikes with child seats to say goodbye to our favorite places in the city. We felt so at home here! To top it all off, at the last minute, there was a spot in the harbor for our boat during the Feria. The Feria is THE festival of Seville. All of Seville has been anticipating it for months. The festival grounds turned out to be right next to the harbor, and construction began in February. For over three months, we cycled past it every morning on our way to school, watching it grow more and more beautiful. Colorful Casitas sprang up out of nowhere, followed by the enormous, imaginative entrance gate. As the festival grounds grew more and more beautiful, our desire to go grew also. After all, do you really know Seville if you haven’t been to the Feria? The closer we got to the date, the more everything around us became all about the Feria. The shop windows were overflowing with beautiful dresses. People were practicing the Sevillanas everywhere, and Yolien and I even took a lesson. The Feria slowly became the talk of the town, and when we mentioned we were leaving in May, we were increasingly asked, “But you’re staying for the Feria, aren’t you?” Unfortunately, when we inquired, it turned out there wasn’t a spot for us during the Feria; the marina was sold out months in advance, of course. But during our stay, we met our lovely neighbors across the pontoon, a family with three children, the youngest of whom regularly played with our girls. Their boat needed to be taken to the boatyard for maintenance; the date wasn’t set yet, but if it coincided with the Feria, there would be a spot for us. And we were in luck; their boat needed to be taken to the boatyard right around that time! Dresses, hair flowers, and mantoncilas (shawls) had to be arranged quickly. And a nice white shirt for Erik. The price of a Feria dress is between 500 and 1000 euros, and I couldn’t find anything for under 200 for the girls either. Luckily, the secondhand shop and some mothers from school offered a solution. The next day, we arrived at the festival grounds in style. And what an experience! It was like walking around a film set. Everyone looked stunning, especially the strolling ladies in their dazzling dresses, but the gentlemen weren’t looking to bad eighter. Beautifully decorated horse-drawn carriages were everywhere. There was dancing—Sevillanas, of course—in the streets and in the casitas. We ate and drank manzanilla (sherry with lemon soda). A group of older ladies welcomed us to their table, and we gazed in admiration at a feisty older woman with nimble castanets. The girls enjoyed their first sugary candy floss, and after a final lap around the festival grounds, we left exhausted. The Feria was definitely the icing on the cake that is Seville. Early the next morning, we set off for the open sea. Seville will always hold a special place in our hearts; we hope to return someday.





In two days, we descended the Guadalquivir River to the sea. We experienced another tense moment when we woke up in the morning and the current had parked us in a shallow area. We were stuck in the mud. In our case, that wasn’t so bad, because we had raised the keel and rudder, so we could easily run aground, even unintentionally. We just had to wait for the tidal current. But then a huge freighter came along, and the suction of the ship in the narrow river pulled all the water out from under us. A bizarre experience. Our boat tipped quite a bit onto its side. That was frightening, especially because it happened so quickly and so unexpectedly. Then the water came back, and we finally got free from the mud.
We decided to take a break and anchor for a few days next to Doñana National Park. The farewell had taken its toll, and besides, I had caught a virus and wanted to recover properly before heading out to sea again. It turned out to be a few wonderfully peaceful days. From our boat, we saw foxes and wild boars foraging along the banks of the National Park. We then continued on to Cadiz.




In Cadiz, we received news from our friend Paul. Paul had been ill for a long time; just before our departure, he was diagnosed with colon cancer. We were very shocked. But there was hope. Chemotherapy followed, and for a while, things seemed to be improving. This spring, he even recorded a new album. And because he was so young, we hadn’t thought things would get that bad. Until that news arrived in Cadiz. The tumor had grown enormously in a short time, and the chemotherapy wasn’t working well. Paul’s treatment was complete; the doctors estimated his lifespan at two to six weeks.
Shocked and saddened, we continued on our way. “This can’t be right? He’s still so young and the father of two little ones, how unfair!” And now we were also passing through the orca hotspots—blegh! The area with the most orca attacks. The upcoming trips were all about monitoring the orca app and planning carefully. Where are they now? Where might they be tomorrow, and where not? Naturally, we stayed within the 20-meter depth line—the line along the coast where they rarely, if ever, come. But since some fishermen don’t care about the problems of people wandering the sea, some place their nets so far out to sea that it’s impossible to stay within that limit. So sometimes we had to go around them anyway, outside the safe waters. These were tense hours as we both watched the water with the utmost concentration. A black fishing buoy, a wave that looked like a fin—innocuous things quickly caused a scare. But it went well, and we arrived unscathed at the Strait of Gibraltar, and shortly after, Gibraltar itself.



Gibraltar turned out to be a place that surprised us. It was a pleasant English interlude in our six-month stay in Spain. We made the most of our short stay. We enjoyed a vegetarian English breakfast, of course, went up the rock where we saw lots of adorable monkeys and, in this season, baby monkeys, and visited a beautiful cave with a light and sound show that Yolien found a bit too exciting. And of course, a proper high tea on a sunny terrace was a must. I won’t soon forget the girls’ beaming faces at the sight of so many delicious treats together.







After Gibraltar came Estepona. Along the way, we were greeted by whole pods of dolphins swimming along with us, and even a huge sperm whale slowly passing by! In Estepona, we had arranged to meet my sister and her kids. Our first port on the Mediterranean was very different from what we were used to. We were introduced to the first, what we jokingly call “party boats.” Catamarans that, in broad daylight, cruised around with loud music and groups of boys and girls dancing. There were also plenty of jet skis everywhere. We immediately noticed that we had arrived in the Mediterranean area by the port prices, in the low season at the Atlantic coast we paid 30 euros at most; now we were, and still are, lucky to find something under 100. In Estepona, we really enjoyed the company of my sister, nephew Kyan, and niece Juna. It was wonderful to be together for a while, and the children had time to bond and quickly became very close. We spent a wonderfully lazy day on the beach with ice cream. We visited the charming old town, full of white houses with flower pots. We let loose in the playground and searched unsuccessfully for dolphins during an afternoon trip on our own boat.




After Estepona, we sailed overnight to a bay near Maro-Cerro Gordo National Park. It turned out to be a true gem. The bay was stunning, with turquoise water so clear that you could see the bottom meters deep. We dug out our snorkeling gear from the storage locker for the first time and were enchanted by the beautiful underwater world for which the bay is famous. Fish of all colors passed by—what a joy to immerse yourself in a completely different world! The next morning, we set off early with our inflatable canoes for a trip of about two miles to some sea caves. The caves were lined with bright red sea anemones and beautiful, rare, almost fluorescent orange coral—spectacular!





We sailed further up, bay-hopping, to Almeria. There, I visited the guitar museum by myself, and then we encountered a heatwave. It was 38 degrees Celsius for days. And unfortunately, the girls both came down with a severe stomach bug. They threw up everything, and combined with the heat, it was a struggle to keep them from dehydrating. After a few days, we decided to try children’s ORS with blueberry flavor. They didn’t like it at all, but while we managed to explain to Yolien that it was important to drink it anyway, Tess plain refused it. Fortunately, Tess recovered on her own, and the heat wave subsided. Finally, we could leave the dull harbor and continue on to the Mar Menor.
In Mar Menor, we ran into our sailing buddy Luca again, who had repaired our engine in A Coruña. We swam in the lake among hundreds of fried-egg jellyfish. Quite an experience in itself. The jellyfish were beautiful to see, pink with purple spots. They don’t sting, but it takes some getting used to, constantly feeling those slimy creatures swimming along your body, haha. On the other side of the promenade where we were anchored, you could take a dip in an old salt pan with a mud bath. Erik and I, of course, had to try it out. To my surprise, the kids weren’t keen, but they did love seeing Mom and Dad as mud monsters. The salt pan was also home to a lot of wild flamingos, which came close, much to the delight of our youngest.



Even though we’d seen and done so many fun things in the last few weeks, there was always an undercurrent of worry and sadness. Paul was never far from our thoughts. We lit a candle for him every evening. Today we were supposed to sail on to Benidorm, rest there for a bit, and then make the crossing. But the girls were grumpy and it was very hot, so we decided to anchor earlier. A good decision in hindsight, because the anchor had just been set when we received that awful phone call. At least the bad news didn’t arrive while we were sailing. “Shouldn’t we wait a night before crossing to Ibiza?” we asked each other. But no, maybe not, because this is actually quite nice. During the night shifts, we both have some time for ourselves, without the children. Time to be alone with our sadness. To let everything go for a while.

Geef een reactie