Costa da Morte

Weer zit ik aan boord zonder de meisjes. We hebben het niet gehaald om met de boot voordat de school begint in Sevilla te zijn en dus zijn Arjette, Yolien en Tess naar een airBnB in Sevilla. Gelukkig ben ik niet alleen, Midas vaart een stukje mee. We liggen in a Coruña, zo’n 650 mijl vanaf Sevilla, en hebben eigenlijk maar tien dagen om dat te doen. Een onmogelijke opgave als je alleen bij daglicht en dicht langs de kant wilt varen, maar we proberen het toch. Het doel is duidelijk: Mijlen maken.

We komen in de avond aan na een lange rit en een vruchteloze poging om een nieuwe gasfles te bemachtigen. De volgende dag staat in het teken van voorbereidingen treffen en een beetje rusten. Een dolfijn in de haven zorgt voor wat vermaak. De motor is in onze afwezigheid nagekeken door Luca, een medezeiler die onderweg werkt als scheepsmonteur. Ik drink nog een drankje met hem. Met oud en nieuw hebben we hem wat oliebollen gegeven. De ervaren zeiler waarschuwt ons niet te dicht bij kaap Fisterra te varen vanwege de vervelende golfslag. Midas slaat eten in, ik werk nog wat en maak het vaarplan. Hoewel dit deel van Spanje de weinig aantrekkelijke naam “Costa da Morte” ofwel: kust van de dood draagt, is het weer de komende dagen goed, de golven niet al te hoog (2,5 meter met een lange periode) en een overwegend rustige wind mee. Om zo veel mogelijk te profiteren is het plan om met de eerste nautische schemering weg te varen en tot het laatste streepje zon door te varen.

Eenmaal onderweg blijkt Midas nog geen zeebenen te hebben waardoor we eerder stoppen bij Muxia en een dag later in Fisterra, de kaap waarvan Luca had gezegd dat we hem moesten vermijden, desalniettemin een prachtige plek met indrukwekkende groen begroeide rotskusten, diepblauw water en mooi avondlicht. Onderweg hebben we nog even contact met de vriendelijke schipper van een Nederlandse klipper die in onverholen steenkolenengels duidelijk maakt aan een ander schip dat hij geen Spaans spreekt. Het weerhoud Midas er niet van om hardop na te denken over zo snel mogelijk van boord te gaan.

Midas is een goeie vriend van ons, en begaafd flamenco gitarist. Ik speel al zo’n 20 jaar met hem samen, eerst in de Coco Bowles en later met het Kapstok duo, hij is getuige van ons huwelijk, oud huisgenoot van Arjette en toevallig jarig op dezelfde dag als Yolien. Hij is op fietsreis door zuid Europa en zou met ons mee gaan tijdens de Atlantische oversteek, die we niet hebben gemaakt dit seizoen. Ook heeft hij zich verdiept in eten, hetgeen ten goede komt aan de culinaire hoogstandjes die het kombuis verlaten. Om de zeeziekte een beetje de baas te blijven slaapt hij ’s middags. Op de derde dag is hij een beetje ingeslingerd, de golven zijn in dit deel iets rustiger en ook de afspraak dat hij zou helpen de boot naar het zuiden te varen zorgt ervoor dat hij toch besluit in elk geval mee te varen tot Peniche, waar zijn broer met vriendin woont.

Ook op de derde dag zien we veel dolfijnen. De zeker 6 tuimelaars die voor de boeg uit zwemmen heeft Midas gemist omdat hij sliep. Zelf heb ik een tijdje voor op de boeg gestaan en met veel vreugde gekeken naar de spelende dieren. Op dezelfde plek zou drie dagen later een boot speelbal worden van orcas, gelukkig zonder zichtbare schade. We komen met zonsondergang aan bij Islas de Cies, een ankerbaai die niet misstaat in een reisfolder (en daar waarschijnlijk ook in staat) met een prachtig wit strand, wat rotsen en veel fris ruikende begroeiing. ’s Ochtends hoor ik de branding harder dan gisteren, is het laag water? Dat wel, maar ook de haak van de snubber, een borglijn van het anker, heeft het begeven. We hebben nu lekker veel ankerlijn en liggen stevig vast, ook het feit dat ons bootje maar 70 cm steekt en desnoods droog kan vallen geeft vertrouwen in dit soort situaties.

De dag erna kunnen we de Portugese vlag hijsen om onze weg te vervolgen langs de eindeloze stranden van Portugal. De golven worden minder, het varen gaat makkelijker. ’s Ochtends gaan we bij het eerste licht weg en is er soms wat meer wind, vanaf Porto zijn er zelfs twee reven nodig en behouden we een snelheid van 9 knopen, in de loop van de dag neemt de wind meestal af waarna we ’s middags de motor bij moeten zetten. Overdag eten we warm, de motor staat vaak toch aan en dan kunnen we net één pit gebruiken van het elektrische kooktoestel, gas hebben we nog steeds niet. Midas voelt zich steeds meer thuis, hij haalt plezier uit het koken van veganistische gerechten die hij tijdens zijn fietsreis ook maakt. Alles wordt gekookt in één en dezelfde pan: groenten, granen, pasta, kruiden en alles wat er meer bij moet. Het levert heerlijke soepen of prutjes op. De laatste dagen hebben we ook tijd om wat muziek te maken, eerst alleen ’s avonds maar later ook overdag tijdens het varen. We leren nieuwe liedjes (één ervan staat hiernaast).

Bij Viana do Castello vraag ik een gezamenlijke vriend, wiens moeder hier uit de buurt kwam, waar we de beste padería (Portugese banketbakker) kunnen vinden. Zonder aarzelen stuurt hij ons naar de beste berliner bollen van Portugal en misschien wel verder, ook de pastel de nata, waar we gedurende de hele Portugese reis aan verslaafd zijn, is heerlijk. Onverwacht lopen we een rondje door Porto vanaf de meest chique haven die we tot nu toe gehad hebben, de ontvangst is als een hotel, met een receptie waar we ons nogal underdressed voelen en meer weg heeft van een lobby van een 5 sterrenhotel. We krijgen uitgebreide tips over alle toeristische bezienswaardigheden waar we toch geen tijd voor hebben. Het douche gebouw heeft dan weer meer weg van een kleedkamer op een middelbare school gymzaal maar functioneert verder prima. We waren er bijna voorbij gevaren ware het niet dat we ontdekte dat als we door zouden varen, we 5 knopen stroom tegen zouden krijgen bij Aveiro onze eigenlijke bestemming. Bij Figueira da Foz komen we na sluitingstijd binnen en gaan de volgende dag voor openingstijd weer weg voor onze laatste tocht langs Nazaré hét bekende surfstrand met monstergolven en als eindbestemming Peniche.

In Peniche is het gezellig met Midas’ broer, Boris, en zijn vriendin die daar vlakbij een BnB runnen. We hebben nog 4 dagen voordat de meisjes uit de airBnB moeten. De weersverwachting ziet er voor die dagen niet goed uit. We liggen voor het eerst dubbel, maar goed vast aan een Franse boot. We zijn er naartoe geloodst door vriendelijke Franssen die zelf een leuk klein geel zeilbootje hebben en een groot deel van de steiger gebruiken als opslag voor hun spullen die plaats moesten maken voor een klusproject. Omdat we toch niet verder kunnen ben ik liever nog een paar dagen langer in Sevilla bij Arjette en de meisjes. De auto verhuur is in het weekend niet open waardoor ik de ouders van Arjette, die in Sevilla zijn, helaas misloop. Ik heb daardoor nog wel even tijd om met Boris te golfsurfen op een van de goeie golfsurfspots die Peniche rijk is. Waar ik bij een weersverwachting uitsluitend kijk naar de wind en golven heeft Midas alleen oog voor de hoeveelheid neerslag. Die is ruimschoots verwacht op het Iberisch schiereiland. Hij gaat mee naar Sevilla om daar een paar dagen te blijven voordat hij zijn fietsreis vervolgd. De laatste goeie vaardagen dagen hebben hem er niet van overtuigd langer mee te varen en de Atlantische oversteek, als we die volgend jaar wel maken, slaat hij waarschijnlijk over. Het was erg gezellig met Midas maar ik ben ook blij weer herenigd te zijn met m’n gezin en de rest van het avontuur met z’n viertjes te beleven.

2 reacties op “Costa da Morte”

  1. Bep avatar
    Bep

    Mooi om jullie te volgen op deze reis….prachtige foto’s…

  2. costijn avatar
    costijn

    Heerlijke muziek op zee! Super man

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *